De bewegingsmogelijkheden van de verschillende gewrichten zijn afhankelijk van de vorm en functionaliteit. Alle bewegingsmogelijkheden worden beschreven vanuit de anatomische houding. Geef bij iedere lijst op om welk gewricht het gaat.
Het scharniergewricht komt op een aantal belangrijke plaatsen in je lichaam voor. De elleboog en knie zijn twee belangrijke voorbeelden van waar in je lichaam een scharniergewricht zit. Bij een scharniergewricht bewegen twee botten en vormt een eenassig gewricht. Door de aanhechting van spieren wordt het mogelijk een flexie (buiging) en een flexie (strekken) mogelijk gemaakt.
Organismen hebben koolstof nodig als grondstof voor het maken van celmateriaal. Het celmateriaal is opgebouwd uit organische macromoleculen, met name koolstofverbindingen. Verschillende organismen kunnen op verschillende manieren aan hun koolstof komen. Om met behulp van de koolstof de moleculen op te kunnen bouwen hebben de organismen een energiebron nodig. Verschillende type organismen verkrijgen hun energie op een verschillende manier. Voor het ordenen van organismen kunnen deze twee eigenschappen van organismen gebruikt worden.
Kan jij alle namen van de onderdelen van de stengel en het blad opnoemen? Test maar met de puzzel hieronder of je de blokjes foutloos kan plaatsen bij het goede onderdeel.
Het bekken (Lat.: pelvis) is bij gewervelden het bottenstelsel wat zorgt voor de verbinding tussen de wervelkolom en de benen/poten. Het bekken bekleedt een centrale rol bij de houding en beweging. Het bekken doet zowel mee met bewegingen van de benen/poten, als met rompbewegingen.